mehr infos...
De Berlijnse Muur 1961-1989

Foto’s uit de bestanden van het landarchief Berlijn

ISBN 978-3-86368-032-9
erschienen Juli 2011

Zum Buch...

Einleitung/Inleidung

Op 13 augustus 1961 verdeelde de DDR, met een ongeveer 155 kilometer lange versperring, Berlijn in twee stadshelften. Het isoleerde de drie West-sectoren van het naburige ommeland van Brandenburg. Dit gebeurde om de sterk groeiende vluchtelingenstroom van Oost-Berlijn en de DDR, van de jaren daarvoor en vooral van de maanden daarvoor, te stoppen. Het landarchief Berlijn en de uitgeverij Berlin Story herinneren met deze fotoserie aan een dramatische periode van de Berlijnse geschiedenis en aan een van de afschuwelijkste bouwwerken dat ongeveer 28 jaar – van 1961 tot 1989 – een stempel drukte op de stad.

Op 26 mei 1952 versperde de DDR de demarcatielijn tot de Bondsrepubliek en de grens tussen West-Berlijn en de DDR. Dit gebeurde als reactie op de ondertekening van het Duitsland-verdrag, waarmee de Bondsrepubliek van de westerse geallieerden meer soevereiniteit verleent kreeg. De tot dan toe geopende ‘groene grens’ was nu door prikkeldraad en versperringen afgegrendeld. Ook Berlijn was door deze maatregelen getroffen. Van de bij elkaar 178 straten, die nog tot eind mei 1952 van West- naar Oost-Berlijn en de DDR verliepen, werden in de dagen die volgden door de DDR-autoriteiten alleen al 63 straten geblokkeerd. De drie West-sectoren werden van het ommeland afgegrendeld en bij het overschrijden van de binnenstadsgrenzen van de sectoren moest men rekening houden met controles. Toch bleef de viermachtsstad Berlijn de laatste vluchtmogelijkheid, doordat tot 1961, een vlucht naar West-Berlijn met de sneltrein of over de nog geopende stratenovergangen tussen de Oost-sector en de drie West-sectoren relatief zonder gevaar was.

Zowel de mislukte volksopstand van 17 juni 1953, de gedwongen vorming van een collectief tussen landbouw en ambacht, de catastrofale economische toestand als ook het getreiter van de bevolking door de SED en de staatsveiligheidsdienst, liet de vluchtelingenstroom van jaar tot jaar steeds verder stijgen. In 1959 verlieten 145.000 bewoners de DDR en Oost-Berlijn. Rond de 91.000 van hen gingen via West-Berlijn. In 1960 waren het bijna 200.0000 vluchtelingen waarvan 150.000 alleen al via West-Berlijn gingen.

De verscherping van de situatie door de geldzuivering, de Berlijn-blokkade door de Soviets en de luchtbrug van de westerse geallieerden voor West-Berlijn in 1948/1949 alsook de gebeurtenissen van 17 juni 1953, hadden tot gevolg dat in de herfst van 1958 een verdere Berlijncrisis ontstond door het Chruschtschow-ultimatum, dat op de verandering van West-Berlijn in een ‘zelfstandige politieke eenheid’ doelde. In scherpe verklaringen wezen de westerse geallieerden deze overeenkomst van de beoogde opzegging van alle vier de zegevierende mogendheden van Berlijn door de Soviet-zijde af. De Soviet liet daarop hun ultimatum vallen, maar dreigde vervolgens met afsluiten van een separaat vredesakkoord met de DDR. De DDR staats- en partijvoering met Walter Ulbricht aan het hoofd hoopte in deze samenhang, de nog openstaande grens tot West-Berlijn eindelijk te kunnen sluiten, omdat de steeds verder stijgende vluchtelingenstroom de economische toestand in de DDR van maand tot maand steeds problematischer maakte.

Toen op 15 juni 1961 Walter Ulbricht op een persconferentie in het huis van ministerie aan de Leipziger Straße op de vraag van een correspondente van de ‘Frankfurter Rundschau’ het verraderlijke antwoord gaf: ‘Niemand hat die Absicht, eine Mauer zu errichten!’, had het SED-hoofd al lang besloten, de grens met West-Berlijn – juist door een muur – af te grendelen. Op het hoogtepunt van de vluchtelingengolf – tot aan de bouw van de Muur in de zomer van 1961 – hadden reeds in het eerste halfjaar 155.000 personen de DDR en Oost-Berlijn verlaten. In de nachtelijke uren van zondag 13 augustus 1961 begonnen gewapende eenheden van de DDR-grenspolitie en medewerkers van bedrijfsgevechtstroepen (parlementarische eenheden van genatio­naliseerde bedrijven en instellingen) de sectorengrens van West-Berlijn met prikkeldraadbarrières af te grendelen.

In de eerste twaalf maanden lag de controle en bewaking van de grens met West-Berlijn onder de verantwoordelijkheid van de, direct door de DDR-binnenlandsminister geplaatste, eerste en tweede grensbrigade van de mobiele eenheid. De eerste brigade onder commandeur Oberst Gerhard Tschitschke was voor de grensafscheiding in de binnenstad tussen Oost- en West-Berlijn verantwoordelijk. De tweede grensbrigade, onder Oberst Edwin Maseberg, voor de grensafscheiding tussen West-Berlijn en de DDR. Vanaf eind augustus 1962 werden ook deze beide Berlijnse eenheden van de grenspolitie door het ministerie, zoals ook de andere grensbrigades bij de binnenlandsgrens van Duitsland al op 15 september 1961 deden, onder de nationale veiligheid geplaatst.
Tot aan de bouw van de Muur hadden rond 53.000 grensgangers uit Oost-Berlijn en het ommeland van de DDR in West-Berlijn gewerkt. Tijdens die nacht van de bouw van de Muur, hadden ze plotseling hun werk verloren. Vergelijkbaar verging het circa 13.000 West-Berlijners, die in Oost-Berlijn naar hun werk gingen. Ook voor hen kwam voor de meerderheid na de bouw van de Muur al snel het einde voor hun werkplaats. Met de sluiting van de sectorengrens werd het doorgaande verkeer met metro en sneltrein tussen de beide stadshelften stopgezet. Van de 81 nog overgebleven binnenstedelijke verbindingsstraten tussen de oost-sector en de west-sectoren werden op 13 augustus 1961 67 doorgaande woonstraten geblokkeerd. In de overige straten moesten grensovergangen ingericht werden. Tot laat in de middag van 14 augustus 1961 lukte het nog 6900 personen uit Oost-Berlijn en de DDR via de eerste relatief provisorische afgegrendelde grenzen naar West-Berlijn te vluchten.

Allereerst was de versperring van prikkeldraad opgericht. In de maanden en jaren die volgden werd de versperring steeds verder uitgebouwd tot een massief systeem met een rond de vier meter hoge betonnen stapelmuur. In de literatuur werd dit de Muur van ‘de vierde generatie’ genoemd, die verlichtingsinstallaties, een 40 brede dodestrook (in de terminologie van de DDR-grenstroepen handel- respectievelijk controlestrook genoemd), een tweede achterlandmuur op Oost-Berlijn respectievelijk Brandenburgs’ territorium, observatietorens, contactinstallaties, hondepatrouilles en scherpschutterinstallaties kende.

Het grensgebied was onderhevig aan wettelijke bestemmingen en mocht door Oost-Berlijners, ook door de in het afgegrendelde gebied wonende buurtbewoners, alleen met een bijzondere vergunning in het paspoort, respectievelijk met toegangskaart betreden worden. De versperringen, die in de laatste jaren van haar bestaan meestal een breedte van bijna 100 meter besloeg, waren na 23 augustus 1961 slechts door zeven grensovergangen in de binnenstad onderbroken. Deze waren in het begin alleen in één richting – van west naar oost – die door West-Duitsers als ook door West-Berlijners in het kader van de enkele toegangskaartregelingen gebruikt worden. In omgekeerde richting – van oost naar west – was dit vanaf 1964 voor vele jaren alleen voor DDR-gepensioneerden eens per jaar toegestaan.

Ondanks de Muur en prikkeldraad bij de Berlijnse sectorengrens en de binnenlandse grens lukte het van 1961 tot 1989 rond de 475.000 mensen te vluchten naar het westen. In datzelfde tijdsvak stierven volgens de nieuwste officiële gegevens alleen al bij de Berlijnse Muur meer als 125 mensen. Onder hen ook de, op 11 mei 1975 bij Gröbenüfer verdronken, vijfjarige Turkse jongen Cetin Mert. West-Berlijnse agenten werden door de DDR-grenstroepen verhinderd kinderen die in Spree gevallen waren te redden. Een van de laatste slachtoffers was de 20-jarige Chris Gueffroy die in de nacht van 6 februari 1989 bij een vluchtpoging bij de grens tussen Trepow en Neukölln
door DDR-grensposten neergeschoten werd.

Vanaf 1971/’72 kwam het tot de eerste vergemakkelijkingen en verbeteringen in de verhoudingen tussen de beide Duitse staten en daarmee ook tussen West-Berlijn en de DDR. Parallel tot de onderhandelingen tussen de vier machten vonden eveneens op binnenlands topniveau gesprekken plaats, die tot beëindiging van het doorvoerakkoord van verkeer en een basisverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR leidden. Het bezoekersverkeer in de west-oost-richting verveelvoudigde zich door een vereenvoudigd proces van aanvragen. Door gebiedsuitwisseling met de DDR werd de toegang tot enclave Steinstücken mogelijk. Voor de eerste keer sinds 1952 kon weer tussen West- en Oost-Berlijn getelefoneerd worden. In opvolging van de gemaakte afspraken richtten beide Duitse staten in steeds een andere deelstaat de ‘permanente vertegenwoordiging’ op. Onder invloed van de Perestroika-politiek van de Soviet generaal secretaris Michael S. Gorbatschow verscherpten in de jaren ‘80 de binnenlandse politieke problemen van de DDR en vertegenwoordiging in Oost-Berlijn. Tegelijkertijd groeide de oppositiebeweging. Vanaf augustus 1989 bezetten talrijke DDR-burgers de ambassades van de Bondsrepubliek in Warschau en Praag, als ook de permanente vertegenwoordiging in Oost-Berlijn. De Hongaarse regering maakte Het IJzeren Gordijn tussen Hongarije en Oostenrijk doorlatend en in de DDR zelf kwam het bijna gelijktijdig tot een vredelievend verlopende revolutie. Deze ontwikkelingen leiden op 9 november 1989 tot de opening van de Berlijnse Muur. In de maanden die volgden werd ze, betreurenswaardig, bijna compleet afgebroken, zodat vandaag de dag in de binnenstad op geen enkele plek een langer origineel van de deze mensenverachtende versperring als nagedachtenis- of herdenkingsoord bestaat.

Oud-bondskanselier Willy Brandt had in zijn korte toespraak op de avond van 10 november 1989 al aangespoord een stuk van dit afschuwelijk bouwwerk als herinnering aan een historisch monster te laten staan. Slechts op 6 plekken bleven korte resten van de Muur behouden, die bijvoorbeeld in het gebied bij de gedenkplaats aan de Bernauer Straße, die de verschrikkingen van het DDR-grensregime en de oorzaken ervan tot hun oprichting slechts onvoldoende kunnen overdragen.

Ihr Warenkorb

WarenkorbSie haben noch keine Artikel im » Warenkorb

Neuheiten Herbst 2012

Verlagsprogramm Herbst 2012

Der aktuelle Katalog interaktiv oder als PDF-Download.

Toptitel

Lust auf Berlin Bücher?

Wandeln Sie mit uns durch die Geschichte Berlins. Atmen Sie die Luft der 20er Jahre! Lauschen Sie den Gesprächen am Hofe Friedrich des Großen! Sehen Sie Ihren Kiez mit anderen Augen!
Wir haben die Bücher für Ihr Lesevergnügen.